We moeten terug
naar de vroege kinderjaren om iets meer te begrijpen van de
natuurlijke
leerprocessen.
Het leren van jonge kinderen vindt plaats in een omgeving
die voor hen aanvankelijk volstrekt onbegrijpelijk is, maar
waarvan en voortdurende stroom van prikkels uitgaat.
Het is een prestatie zonder weerga dat in een viertal jaren,
voordat ze de school binnen
stappen, er zoveel is opgepikt uit die complexe wereld. Als
jonge onderzoekers hebben ze allerlei dingen ontdekt, voelen
ze aan wat mag en niet mag, beseffen ze de relaties tussen
mensen, hebben ze leren spelen en construeren.
Wie het leerproces van jonge kinderen goed heeft geobserveerd,
|
zal geen weerstand
kunnen bieden aan het idee om op school of daarbuiten een
leeromgeving in te richten die de lijn van het voorschoolse
leren kan doortrekken.
De leeromgeving waarover we hier schrijven hebben we de naam
van ‘een optisch laboratorium' meegegeven.
Op soortgelijke wijze waarop we deze leeromgeving hebben ontworpen,
kunnen ook andere
leeromgevingen worden ingericht. Het kunnen leeromgevingen
zijn waar verschillende materialen worden onderzocht en getest,
waar kinderen kunnen bouwen en construeren, waar ze kunnen
rekenen met allerlei maten en gewichten, waar ze onderzoek
kunnen doen aan stenen en mineralen, oude handschriften en
kaarten kunnen bekijken, enz. |